Natuurlijk Scandinavië

Bloeiend tussen sneeuw en ijs

  • 15 juli 2020
  • Spitsbergen

Spitsbergen is een van de noordelijkste plekken ter wereld waar nog wat groeit. De eilandengroep tussen het noordelijkste stukje van Noorwegen en de Noordpool bestaat voor het grootste deel uit sneeuw en ijs. Maar op de stukken daartussen kan het ineens opmerkelijk groen zijn met een rijke flora en fauna. 

De eilandengroep Spitsbergen ligt op 74°-81° NB. Op de meeste plaatsen op zo'n noordelijke ligging is weinig sprake van plantegroei. Maar op Spitsbergen liggen plekken waar veel planten nog goed gedijen ondanks de noordelijke ligging; zelfs soms omgeven door enorme sneeuw- en ijsmassa's. Er is een breed scala van planten dat zich goed omtwikkelt, zowel op vlakke stukken als tegen de berghellingen. In totaal zijn over heel Spitsbergen meer dan 170 verschillende soorten planten waargenomen.Door de verandering van het klimaat klimmen veel plantensoorten steeds hogerop. Ook de permafrost is op sommige plaatsen aan het verdwijnen. 

Grote soortenrijkdom
Het aantal planten voor zo'n noordelijke ligging is opmerkelijk groot. Voor de juiste indeling van de planten hebben de onderzoekers een indeling gemaakt in de gebieden waar ze groeien: de hoog-arctische en de midden-arctische groeizones. De midden-arctische zone ligt op de noordelijke westkust en de noordkust en het centrale deel van de archipel. Dankzij de fjorden zijn de groeiomstandigheden hier gunstig. De soortenrijkdom is op die plekken het grootst. 

Aanpassingen aan klimaat
Net als in het hooggebergte hebben de planten op Spitsbergen zich voortdurend aangepast op het steeds wisselende klimaat. Met name wind en koude hebben de meeste invloed op de ontwikkeling van het gewas. Veel bergplanten hebben het vermogen zich aan te passen aan de vaak wisselende omstandigheden. De tijd dat de planten zich kunnen ontwikkelen is maar beperkt; vaak niet meer dan de drie zomermaanden. De temperatuur ligt tijdens de zomermaanden tussen 2 en 10 C. Daarentegen is het wel zo dat het tussen half april en eind augustus 24 uur licht is dankzij de middernachtzon. Tussen eind oktober en half februari is het weer 24 uur duister. 

Dieren bepalend
Behalve de aanwezigheid van grond of een andere voedingsbodem zijn veel planten afhankelijk van dierenleven in de omgeving. Uitwerpselen van vogels en zoogdieren zorgen voor nieuw voedsel. Hier is sprake van een duidelijke kringloop: sommige dieren komen pas als er iets te eten is, zoals rendieren. De rendieren eten grassen en mossen en zorgen daarna voor een voedselrijkere bodem. Een mooi voorbeeld hiervan is te zien bij Alkhornet: grazende rendieren en diverse bergbloemen. Op diverse plekken zijn keutels van rendieren te zien nabij de planten; rechts foto van Ranunculus pygmaeus (Dvergsoleie), de bergboterbloem. Ook vogels die nestelen tegen de rotswanden zorgen voor bemesting van deze rotsen. 

Foto boven: Polemonium boreale bij Skansbukta