Natuurlijk Scandinavië

Een weg voor jezelf

  • 13 juli 2018
  • Faeröer

Voor wie komen wil op plekken, waar de meeste toeristen nog niet geweest zijn, zijn de eilanden in de Atlantische oceaan the place to be. Maar vertel het niet verder: op de Færöer kan je midden op de weg staan en rustig wachten op een volgende auto. En dat kan nog wel even duren ook.

De eilandengroep tussen IJsland en Schotland is echt voor rustzoekers. Rust en stilte overheersen. Veel meer is er ook niet. Er leven hier vooral schapen, dus wat heb je er te zoeken? Het hele land bestaande uit 18 eilanden heeft minder inwoners dan een kleine stad in Nederland of België. Dus dan weet je het wel. Hier ben je echt op jezelf aangewezen én de weinige Faringers die trots zijn op hun land. 

Ontdekt door Vikingen en monniken
Het zal je maar gebeuren: geen toekomst in Noorwegen. In het Noorwegen ten tijde van de Vikingen moest je wat: niet iedereen kon zomaar leven van het bestaan aan de kust. Van vis alleeen kun je niet leven.En dus gingen ze op weg die Vikingen op zoek naar nieuwe horizontenin de jaren omstreeks de eerste eeuwwisseling. Roeien met de riemen die je hebt. Eten mee voor een flink aantal dagen op zee vanuit West-Noorwegen. Een paar schapen mee, want je weet maar nooit. En dan belanden in een nieuwe wereld met een paar eilanden. Nee, een hele reeks eilanden, maar met de wereld aan drijfhout. Hier bouwden ze een nieuw bestaan op.Stukje bij beetje. He gebeurde ten zuiden van de huidige hoofdstad Torshavn, de kleinste hoofdstad ter wereld. Maar wacht even, vanuit Schotland via de de Shetlandeilanden ging een andere groep naar het noorden: monniken op zoek naar plekken om echt tot rust te komen en...het christom te verspreiden.

Ruimte overal
Overal aan de kust waar het goed toeven was, streken de eerste inwoners neer. En dat was vooral in de inhammen op de eilanden, of waar het nodige drijfhout aan spoelde. Ideaal om mee te bouwen op een plek waar nauwelijks een boom groeit. Op de eilanden van de Færöer groeien alleen bomen op de plekken waar mensen wonen: de weinige dorpen en de twee steden Torshavn en Klaksvik. Bossen vind je nergens. Grassen, wilde bloemen en mossen overheersen. De schapen voelen zich er wel bij.
De meeste plaatsen op de Faeröer zijn klein en hebben weinig voorzieningen; ze liggen vaak in de baaien van de fjorden tussen de eilanden. Landinwaarts is er nauwelijks sprake van bewoning en overheerst dus vooral de rust en de ruimte. 

Van eiland naar eiland
De 18 eilanden zijn niet zomaar te bezoeken, daarvoor liggen ze soms te ver van elkaar af, maar wel is een aantal eilanden met elkaar verbonden door bruggen, zeetunnels of veerpontjes. Leuk om van eiland naar eiland te rijden en de overeenkomsten en de verschillen te zien. Maar één ding hebben ze gemeen: op je tocht zul je steeds meer schapen dan mensen tegenkomen én af en toe een auto. Buiten de hoofdstad Torshavn is het verkeer zeer beperkt. Alleen de inwoners die in de ochtend naar hun werk gaan en in de middag terugkomen kom je op de weg tegen. Voor de rest is het af en toe een auto. En toeristen zijn er nog maar beperkt: hier ben je echt te gast in een lege wereld. Een wereld om zelf te ontdekken, eiland na eiland. Met Atlantic airways zit je er er vanuit Denenemarken in nog geen twee uur.